Zich kleden
1. Kan zich helemaal aan- en uitkleden zonder enige hulp
De patiënt kan zichzelf, op eigen initiatief volledig aan- en uitkleden zonder enige hulp en zonder enige vorm van toezicht of stimulatie. Het gaat om patiënten die weten welke kleding ze moeten aantrekken en die tijdig de kleding verversen. De patiënt die enkel moeilijkheden heeft met het strikken van veters wordt onder deze score gerangschikt.
2. Heeft gedeeltelijke hulp nodig om zich te kleden boven of onder de gordel (zonder
rekening te houden met de veters)
Hier bestaan twee mogelijkheden:
a) De patiënt heeft een gedeeltelijke actieve hulp nodig voor het zich aan- en/of uitkleden boven of onder de gordel (bijvoorbeeld voor het aanbrengen van een corset, steunkousen), of
b) De patiënt kan zich aan en/of uitkleden boven of onder de gordel, mits stimulering (bijvoorbeeld het klaarleggen van de kledij) en zonder dat daarvoor een continu toezicht en/of continue aanwezigheid vereist is.
3. Heeft gedeeltelijke hulp nodig om zich te kleden zowel boven als onder de gordel
Hier bestaan drie mogelijkheden:
a) Telkens bij het aan- en/of uitkleden zowel boven als onder de gordel heeft de patiënt gedeeltelijke actieve hulp nodig,
b) De patiënt kan zich gedeeltelijk nog aan- en/of uitkleden zowel boven als onder de gordel, mits een continue individuele stimulering (bijvoorbeeld vocaal) en continu actief toezicht,
c) De patiënt heeft hulp nodig voor het aanbrengen van een orthese(n) en/of lidmaatprothese(n) (bovenste en/of onderste ledematen), noodzakelijk voor zijn locomotorische autonomie.
Zonder deze hulp is de patiënt niet behoorlijk gekleed.
4. Moet volledig worden geholpen om zich te kleden zowel boven als onder de gordel
De toestand van de patiënt is dermate geëvolueerd dat hij zich helemaal niet meer aan- of uitkleedt. Indien iemand anders niet helpt bij het aankleden, draagt de patiënt dag en nacht dezelfde kleding.